Vermijd gewichtstoename tijdens de feestdagen

Tips om de feestdagen goed door te komen.

Wil je gewichtstoename vermijden in de feestperiode of wil je gezonde feestdagen realiseren; lees hieronder de volgende tips.
Feesten betekent gezellig samenzijn met vrienden en familie; kortom genieten van het leven.
We hoeven feesten niet te beschouwen als vijanden van onze slanke lijn of als oorzaak van schuldgevoelens achteraf. Het is aan ons om er verstandig mee om te gaan.

Situatie 1. Je maakt zelf de feestmaaltijd.

Met wat gezond verstand en goede organisatie lukt het prima om een gezond menu op tafel te toveren dat bovendien lekker is.

Wanneer je zelf gasten ontvangt, heb je het voordeel dat je de menukeuze zelf in handen hebt.
Alles start met een goede planning. Stel je menu goed samen: denk goed na wat je wil serveren bij de aperitief, welk voorgerecht, welke hoofdgerecht, welk dessert. Zorg voor evenwicht tussen de verschillende onderdelen.

Aandachtspunten bij het aperitief en de hapjes.

Klassiek bestaat het aperitief uit een drankje en hapjes.

Kies voor een lekker flesje bubbels. Welke bubbels je kiest speelt geen rol (schuimwijn, cava, champagne, cremant,…).
Cocktails, mocktails zijn samengestelde dranken die meerdere ingrediënten bevatten en waaraan bovendien dikwijls een zoete ingrediënt toegevoegd wordt (bijv. fruitsap, suikersiroop, tonics, sterke dranken,…) zodat de calorieaanbrengst flink in de hoogte gaat.

Geef extra aandacht aan de hapjes die je erbij serveert.

Vermijd chips, zoutjes, borrelnootjes. Origineel zijn ze echt niet.
Hoed je voor gefrituurde hapjes en salamiblokjes.

Kies eerder voor groentjes: bloemkoolroosjes, stukje wortel, radijsjes, aperitieftomaatjes, stukjes groene selder, venkelreepjes,…Wil je er een saus bij serveren kies voor een light variant. Zie blogbericht over zelfgemaakte slasaus.

I.p.v. salami kan je stukjes rauwe hesp op een bordje leggen.

Voor kaasblokjes kan je ook een magere kaassoort kiezen; op een toastje kan je light kruidenkaas smeren.

Je kan lepelhapjes maken met fijngesneden gewokte groentjes met sojasaus; stukje vis (gerookte zalm, heilbot, forel,…) met wat geraspte zeste van citroen of limoen erover.

Je kan een heerlijk soepje serveren in een glaasje of een leuke tas.

Experimenteer eens met filodeeg; een perfect alternatief voor bladerdeeg. Je kan mini loempiaatjes maken of pure groenten rolletjes met rauwe of gekookte fijngesneden reepjes groenten of beursjes gevuld met een vis- of vleesvulling samen met groentjes.

Wat je wilt eten kan je zelf bepalen. Kies voor variatie, eenvoud en lekker.

Het voorgerecht.

Een voorgerecht is bij voorkeur een klein, licht gerecht. Kies voor ingrediënten die eerder eetlust opwekken dan ze te stillen zodat er niet meer kan genoten worden van het hoofdgerecht. Vermijdt zware ingrediënten als volle room, vette kazen en uiteraard gefrituurde gerechten.

Je kan kiezen voor een heldere smakelijke bouillon met eventueel een stukje vis of gevogelte erin of een heerlijk soepje.
Wil je toch wat room erbij; kies dan voor een light variant en zet de room in een kannetje afzonderlijk op tafel zodat iedereen zich vrij kan bedienen.

Serveer wat koude of warme vis met een bordje groenten (rauwkost of gestoofde groenten).

Wil je toch een loempia serveren, dan kan je die klaarmaken in de oven i.p.v. te frituren en er een portie gewokte groenten bij serveren.

Serveer bovendien niet teveel brood bij het voorgerecht.

Het hoofdgerecht.

Een hoofdgerecht zou net als de dagelijkse maaltijd moeten bestaan uit een ruime portie groenten, een zetmeelbron en een portie vlees, vis of vervangproduct.

Wil je meer weten over de juiste verhoudingen; lees het  blogbericht: “de juiste verhoudingen op je bord.”

Vlees of vis of vervangproducten.

Als je weet dat je gasten visliefhebbers zijn, dan kan je voluit gaan voor vis. Vis levert vaak minder vet dan vlees en bovendien zijn de aanwezige vetten in vette vissoorten gezonder (omega 3 vetzuren). Bak in een kleine hoeveelheid vetstof, stoom of kook de vis.

Kies je voor vlees, geef dan de voorkeur aan magere soorten: wild en gevogelte, rundsvlees, varkenshaas of mager gebraad, lamsfilet,…
Vermijdt worstsoorten, gehaktbereidingen.
Een portie van 100 g à 125 g per persoon volstaat.
Serveer altijd de mogelijke saus (bij vlees/ vis) afzonderlijk in een sauskom i.p.v. over het vlees of de vis te dresseren. Iedereen kan dan zoveel of zo weinig saus bedienen als hij wil.

Kies je een vervangproduct bijv. peulvruchten(erwten, linzen, bonen) dan kan je die eens verwerken tot een puree en naast de groenten dresseren.

Groenten.

Zorg steeds voor een ruime portie groenten ( 300 à 400 g per persoon). Je kan kiezen voor één groentesoort of je kan meerder groenten serveren of extra rauwkost op tafel zetten. Groenten geven een goede maagvulling.

Een zetmeelbron.

Bij voorkeur aardappelen liefst bereidt zonder extra vetstof. Dus vermijdt gefrituurde gerechten.
Voorbeelden van feestelijke aardappelbereidingen zijn: gespoten torentjes aardappelpuree gebakken in de oven, een aardappel in de schil met verse light kruidenkaas , een lekkere aardappelpuree of groentenpuree.

Gekookte rijst en deegwaren zijn ook een goed alternatief. Ze kan je extra feestelijk maken door ofwel kruiden mee te laten koken tijdens de bereiding of na de bereiding verse kruiden eronder te mengen. Probeer maar uit.

Het dessert.

De meeste lusten graag dessert en dit hoort er ook wel bij. Maar het hoeft niet altijd calorierijk te zijn. Ga eerder voor een dessert op basis van vers fruit of magere of halfvolle melkproducten.

Ook de presentatie is zeer belangrijk. Serveer je dessert eens in mooi glazen, op een mooi bord of in  een leuk kommetje. Het oog wil ook wel wat.

Een paar ideeën:
– kies een kleurrijk bolletje sorbet in plaats van roomijs.
– maak je tiramisu lichter door een deel mascarpone(roomkaas) te vervangen door magere platte kaas.
– serveer vanillepudding samen met vers fruit en een coulis van bijv. frambozen.
– kies een vruchtencoulis ipv chocoladesaus.
– meng munt, basilicum, citroenmelisse of een andere smaakmaker door je vers fruit.
– serveer fruit eens als een fruitsoepje.
– werk het dessert af met stukjes diepgevroren fruit bijv. framboos, aardbei, braambes,…

Zo zie je maar dat een gezond dessert niet saai hoeft te zijn.

 

Situatie 2. Je bent uitgenodigd op een feestmaaltijd.

Hier kan je niet bepalen wat er gegeten wordt; maar je kan wel bepalen hoeveel je eet.

Voorafgaand.

Spaar niet op voorhand uit. Maak niet de redenering: “straks ga ik extra eten, dus nu eet ik niets” want dan heb je gegarandeerd grote honger.
Dus zorg dat je niet met honger vertrekt naar de feestmaaltijd want al je grote honger hebt zal het veel moeilijker zijn om met de verleidingen om te gaan en je hoeveelheden te bewaken.
Dus eet of drink nog iets vooraleer je vertrekt naar je feest bijv. drink een ruime tas soep, neem nog een yoghurt of eet nog een boterham.

Jij bepaalt hoeveel je eet.

Je hoeft je niet verplicht te voelen om elk hapje dat geserveerd wordt op te eten. Bij het rondgaan van de hapjes bij het aperitief kan je gerust eens overslaan.
Heb je het moeilijk om van de schaal hapjes af te blijven; ga er dan eens mee rond en zet ze aan de andere kant van de tafel.

Leer de voedingsmiddelen te kiezen die je helpen om een gezonde maaltijd samen te stellen en respecteer de verhoudingen op je bord. Dus veel groenten, één stuk vlees/vis en aangevuld met aardappelen/rijst of deegwaren.
Is dit moeilijk voor u, bedien je dan zeker geen tweede keer.
Je hoeft je geen extra hoeveelheden te laten opdringen; je mag gerust aangeven dat je voldaan bent.

Eet niet te veel extra brood tussendoor en vermijdt om er een dikke laag boter op te smeren.

Drank bij de maaltijden.

Denk eraan: wie nog naar huis moet rijden, drink best niets.

Drink volop water bij de maaltijd. Water is de beste dorstlesser.
Wijn drink je met kleine teugen; wijn is om van te genieten.

 

Wat ondernemen na een feestmaaltijd.

Na een uitgebreide maaltijd of een alcoholexces hoeft u zich niet schuldig te voelen.
Maak je vooral niet wijs dat alles verloren is en het er nu verder niet meer toe doet; met als mogelijk gevolg dat je alle teugels loslaat.

Je hoeft je zelf ook niet te straffen omdat je eens uitgebreid gegeten hebt. Feestmaaltijden of etentjes horen nu eenmaal bij ons leven. Het is niet nodig om nadien voluit op te remmen te gaan staan door niets meer of weinig te eten bij de volgende maaltijden.
Luister vooral naar je lichaam. Heb je ’s middags uitgebreid getafeld, voel je niet verplicht te eten omdat het uur van het avondmaal er is. Wil je toch nog iets eten: kies dan bij voorkeur iets licht (wat soep, een slaatje of een eenvoudige boterham).

Belangrijk is om de volgende dagen terug gezond te kiezen en gezond te eten. Dus niet weinig eten, maar juist eten. Kies dan eerder wat caloriearme voedingsmiddelen.

Geniet gerust van een etentje of een feestmaaltijd. Kies bewust en eet met mate.

Extra weetje.

Een week bestaat uit 7 dagen. Per dag hebben nuttigen we 3 maaltijden. Dus totaal telt een week gemiddeld 21 maaltijden.
Als we bijv. de zondag een feestmaaltijd hebben; dan gaat het tenslotte maar over één maaltijd op de 21 maaltijden. De overige 20 maaltijden zijn de maaltijden die we zelf samenstellen.

De impact van onze dagelijkse voeding is dus het groot. Stel daarom je dagelijkse voeding goed samen.

Wil je zelf te weten komen of je gezond eet; laat je voeding dan analyseren. Noteer je voeding gedurende 14 dagen en nadien wordt dit uitgebreid besproken.

Geniet hiervoor van het lanceringsaanbod op de homepage van de website.

Geef een reactie

Your email address will not be published.

You may use these <abbr title="HyperText Markup Language">HTML</abbr> tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*